**1..** De burgemeester kan een inrichting – al dan niet voor een bepaalde duur – gesloten verklaren:
indien de inrichting wordt geëxploiteerd zonder een geldige vergunning;
indien de inrichting wordt geëxploiteerd in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften;
indien de burgemeester oordeelt dat een van de in artikel 2:65 genoemde gronden zich voordoet.
**2..** De sluiting wordt geacht in het openbaar bekend te zijn gemaakt, zodra een afschrift van het bevel tot sluiting op of nabij de toegang of toegangen van de inrichting is aangebracht.
**3..** Een sluiting voor onbepaalde duur kan op aanvraag van een belanghebbende door de burgemeester worden opgeheven, wanneer later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en naar zijn oordeel voldoende garanties aanwezig zijn dat geen herhaling van de gronden die tot de sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden.
**4..** Het is verboden, na het van kracht worden van de sluiting als bedoeld in het eerste lid, bezoekers tot de inrichting toe te laten of daarin te laten verblijven.
**5..** Het is een ieder verboden in een bij besluit van de burgemeester gesloten inrichting als bezoeker te verblijven.
HOOFDSTUK 2 › AFDELING 11
Artikel 2:67
Sluiting van inrichtingen
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Hulst 2009