In deze afdeling wordt verstaan onder:
boom: een houtachtig, opgaand gewas, zowel vitaal als afgestorven, met een dwarsdoorsnede van de stam van minimaal 20 centimeter op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de dikste stam. In afwijking van het hiervoor gestelde kan de dwarsdoorsnede kleiner zijn dan 20 cm op 1,3 meter boven het maaiveld indien sprake is van:
een monumentale boom of bijzondere beschermwaardige houtopstand als bedoeld in artikel 5;
een houtopstand onderdeel uitmakend van de (hoofd)bomenstructuur;
een houtopstand in het kader van een herplantplicht als bedoeld in de artikelen 9 en 10;
houtopstand: één of meer bomen, hakhout, een houtwal, een grotere (lint)begroeiing van heesters en struiken, een beplanting van bosplantsoen, Struweel of een heg hoger dan 3 meter;
boomstructuur: lijnvormige beplanting van houtopstanden dat een functioneel geheel vormt;
boomzone: begrensd gebied met houtopstanden die tezamen een functioneel geheel vormt:
monumentale boom: bijzondere beschermwaardige houtopstand met een relatief hoge leeftijd en met een bijzondere schoonheid- of zeldzaamheidswaarde, of een bijzondere functie voor de omgeving;
waardevolle boom: Bijzondere beschermwaarde houtopstand met een bijzondere schoonheid– of zeldzaamheidswaarde of een bijzonder functie voor de omgeving;
hakhout: een of meer bomen of boomvormers, die na te zijn geveld opnieuw op de stronk uitlopen;
dunning: velling van een deel van een houtopstand, uitsluitend als verzorgingsmaatregel ter bevordering van de groei van de overblijvende houtopstand;
vellen: rooien; kappen; verplanten; het snoeien van meer dan 20 procent van de kroon of het wortelgestel; het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging of ernstige ontsiering van de houtopstand ten gevolge kunnen hebben, behoudens periodiek knotten, kandelaberen of dunnen;
rooien: het geheel verwijderen van het boven- en / of ondergrondse deel van de houtopstand;
kappen: het geheel of grotendeels verwijderen van het bovengrondse deel van de houtopstand;
knotten / kandelaberen: het tot op de oude snoeiplaats verwijderen van uitgelopen takhout bij knotbomen, gekandelaberde bomen of leibomen als periodiek noodzakelijk onderhoud;
bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente, vastgesteld overeenkomstig artikel 1 lid 5 van de Boswet;
boomwaarde de monetaire waarde van een boom zoals getaxeerd volgens de meest recente richtlijnen van Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen. Deze waarde wordt vastgesteld door een gecertificeerd en erkend boomtaxateur;
bomen effect analyse: een standaard beoordeling van de gevolgen van voorgenomen bouw of aanleg voor houtopstand, op basis van landelijke richtlijnen van de Bomenstichting.
bevoegd gezag: bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.