**1..** Indien het niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenplicht bedoeld in artikel13 IOAW/IOAZ heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verstrekken van een uitkering, wordt de maatregel afgestemd op de hoogte van het benadelingbedrag.
**2..** De maatregel wordt op de volgende wijze vastgesteld:
bij een benadelingbedrag tot € 500,-: 5% van de grondslag gedurende een maand;
bij een benadelingbedrag van € 500,- tot € 1.000,-: 10% van de grondslag gedurende een maand;
bij een benadelingbedrag van € 1.000,- tot € 2.000,-: 20% van de grondslag gedurende een maand;
bij een benadelingbedrag van € 2000,- tot € 4000,-: 40%van de grondslag gedurende een maand;
bij een benadelingbedrag van € 4000,- of meer: 100%van de grondslag gedurende een maand.
**3..** De duur van de maatregel wordt verdubbeld, indien de belanghebbende zich binnen een periode van twee jaar na bekendmaking van het besluit waarbij een maatregel wordt opgelegd, opnieuw schuldig maakt aan een als verwijtbaar aan te merken gedraging als bedoeld in het eerste lid. Met een besluit waarmee een maatregel is opgelegd wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen, bedoeld in artikel 5, tweede lid.
**4..** Een maatregel wordt niet opgelegd zolang de gedraging wordt onderzocht door het openbaar ministerie.
**5..** De oplegging van de maatregel blijft definitief achterwege indien ter zake van de gedraging tegen de belanghebbende een strafvervolging is ingesteld en het onderzoek ter terechtzitting een aanvang heeft genomen, dan wel het recht tot strafvervolging is vervallen ingevolge artikel 74 van het Wetboek van Strafrecht.
Hoofdstuk 4
Artikel 14.
Verstrekken van onjuiste of onvolledige inlichtingen met gevolgen voor de uitkering
Onderdeel van Maatregelenverordening IOAW en IOAZ