In deze verordening wordt verstaan onder:
warenmarkt: de markt die plaatsvindt op de, bij of krachtens artikel 11 van het marktreglement vastgestelde dag, tijd en plaats;
marktterrein: de gehele openbare of voor het publiek toegankelijke oppervlakte grond, die aangewezen is voor het uitoefenen van de markthandel;
standplaats: de ruimte die voor de duur van de markt op het marktterrein is aangewezen voor het uitoefenen van de markthandel;
d.vaste plaats: de standplaats die op een markt voor onbepaalde tijd ter beschikking wordt gesteld aan de vergunninghouder;
dagplaats: de standplaats die per marktdag beschikbaar wordt gesteld aan een vergunninghouder, omdat deze niet als vaste plaats is toegewezen dan wel ingenomen;
standwerken: de activiteit waarbij de vergunninghouder publiek om zich heen verzamelt, over het door hem te verkopen artikel een aansprekende uiteenzetting houdt en tenslotte tracht een aantal personen gelijktijdig tot aankoop van dat artikel te bewegen;
standwerkersplaats: de standplaats die per marktdag ter beschikking wordt gesteld om te standwerken;
h.vergunninghouder: degene aan wie door het college van burgemeester en wethouders vergunning is verleend voor het innemen van een standplaats;
marktmeester: de ambtenaar, die als zodanig is aangewezen door het college van burgemeester en wethouders;
Artikel 1
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van marktgelden 2013 Groesbeek.