Ten aanzien van de verschuldigde belasting als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel 1, sub a alsmede artikel 2, eerste lid, onderdeel 2 (Vastrecht):
indien de belasting wordt geheven met toepassing van artikel 7, eerste lid, aanhef en onderdeel a, is de belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.
indien de belasting wordt geheven met toepassing van artikel 7, eerste lid, aanhef en onderdeel b, is de belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.
indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
Voor de toepassing van artikel 7 lid 2, wordt daaronder tevens begrepen de situatie waarin de heffing op de wijze als bedoeld in artikel 5, eerste lid, aanhef en onderdeel a, in de loop van het belastingjaar begint of eindigt, terwijl het belastbare feit reeds aanwezig was respectievelijk aanwezig blijft.
Ten aanzien van de verschuldigde belasting als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel 1, sub b (Variabel recht):
de belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.
indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.