Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 4

Artikel 4

Onderdeel van Verordening Seniorenraad Uithoorn 2000

1. De leden van de Seniorenraad, voorgedragen volgens het systeem genoemd in artikel 3 lid 2, worden conform de voordracht benoemd door het college. Wanneer het college bij benoeming wil afwijken van de voordracht volgens artikel 3 is bekrachtiging door de gemeenteraad noodzakelijk. 1. De benoeming van de leden van de Seniorenraad geschiedt voor een periode van vier jaar. Een lid van de Seniorenraad kan aansluitend niet meer dan één maal worden herbenoemd. Het college ontslaat de leden van de Seniorenraad. 1. De leden van de Seniorenraad kunnen te allen tijde schriftelijk ontslag vragen aan het college. Bij ontslag of ontstentenis van een lid van de Seniorenraad kan het plaatsvervangend lid zitting nemen tot maximaal het eind van de lopende zittingsperiode, danwel tot dat het college voor het restant van bedoelde periode een nieuw lid heeft benoemd. Een nieuw lid dat ter vervanging van een ander lid gedurende de zittingsperiode benoemd wordt kan een volledige zittingsperiode (vier jaar) lid blijven van de Seniorenraad en komt daarna volgens de gebruikelijke regels voor herbenoeming in aanmerking. Een ouderenbond die een lid ter benoeming heeft voorgedragen ingevolge het bepaalde in artikel 3, tweede lid, sub a, kan de gemeenteraad adviseren om dat lid te ontslaan wanneer er sprake is van duidelijk disfunctioneren van dat lid. 1. Ontslag op advies van een ouderenbond als genoemd in lid 5 van dit artikel vindt plaats door de gemeenteraad. De gemeenteraad beslist niet eerder op een advies als bedoeld in lid 5 van dit artikel dan nadat zij: heeft vastgesteld dat het betrokken lid niet bereid is uit zichzelf ontslag te nemen; heeft vastgesteld dat het advies van de desbetreffende ouderenbond wordt gedragen door het daartoe bevoegde orgaan van die bond.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel