Voor zover niet anders bepaald, wordt een vertegenwoordiger benoemd voor een periode welke overeenkomt met de zittingsperiode van de gemeenteraad. Hij die tussentijds ophoudt raadslid te zijn, verliest daarmee ook zijn hoedanigheid als vertegenwoordiger.
De vertegenwoordiger, die een buiten de periodieke aftreding opengevallen plaats vervult, treedt af op het tijdstip, waarop degene in wiens plaats hij is benoemd, zou moeten aftreden.
Hoofdstuk
Artikel 3
Artikel 3
Onderdeel van Verordening vertegenwoordiging gemeentebestuur gemeenschappelijke regelingen