Ieder lid van de gemeenteraad kan een vertegenwoordiger schriftelijk vragen stellen over het standpunt dat deze inneemt of heeft ingenomen in een bestuur en over het functioneren van het bestuur waarin hij zitting heeft.
a. de in lid 1 bedoelde vragen worden schriftelijk en gedagtekend bij de voorzitter van de raad ingediend;
de voorzitter stuurt de vragen binnen een termijn van drie dagen aan de vertegenwoordiger ter beantwoording, alsmede ter kennisneming aan het college van burgemeester en wethouders en de betreffende vaste commissies van advies en bijstand;
de vertegenwoordiger beantwoordt de vragen binnen een termijn van twee weken.
De vragensteller, het college van burgemeester en wethouders en de betreffende vaste commissie van advies en bijstand worden door de voorzitter schriftelijk op de hoogte gesteld van de op de vragen gegeven antwoorden.
In spoedeisende gevallen, zulks ter beoordeling van de voorzitter, kan van de in lid 2 gestelde termijnen worden afgeweken.
Hoofdstuk
Artikel 6
Artikel 6
Onderdeel van Verordening vertegenwoordiging gemeentebestuur gemeenschappelijke regelingen