Naar hoofdinhoud
De voorzitter en de leden van de commissie zijn blijvend tegenover een ieder gehouden tot volstrekte geheimhouding van persoonlijke gegevens of tot personen herleidbare gegevens die aan hen in verband met hun lidmaatschap van de commissie direct of indirect ter kennis zijn gekomen. De commissie en de individuele leden van de commissie verstrekken geen inzage in of informatie uit de stukken die aan de commissie zijn aangeboden, noch over hetgeen in de vergaderingen van de commissie is besproken met uitzondering van hetgeen noodzakelijk is om te voldoen aan de taakopdracht als bedoeld in artikel 3, eerste lid. De geheimhoudingsplicht blijft ook na ontbinding van de commissie van kracht. Het in dit artikel bepaalde is van overeenkomstige toepassing op de secretaris en de adviseurs van de commissie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel