Deze verordening verstaat onder:
Invorderingswet: de Invorderingswet 1990 (Stb. 1990, 221);
Algemene wet: de Algemene wet inzake rijksbelastingen (Stb. 1959, 301);
Wet milieubeheer: de Wet milieubeheer ( Stb. 1994, 80);
éénpersoonshuishouden: een huishouden, gevoerd door een belastingplichtige die in de gemeentelijke basisadministratie staat geregistreerd als enige woonachtige persoon op dat adres;
meerpersoonshuishouden: alle andere gevallen waarin artikel 2 onderdeel d niet van toepassing is;
gewone ophaaldienst: het op de, krachtens artikel 21 en 24 van de Afvalstoffenverordening, door het college van burgemeester en wethouders vastgestelde dagen en tijden inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen en/of daarmee qua aard en samenstelling gelijk te stellen bedrijfsafvalstoffen;
bedrijfsafvalstoffen: afvalstoffen, qua aard en samenstelling gelijk aan huishoudelijke afvalstoffen, niet zijnde huishoudelijke afvalstoffen, afvalwater, autowrakken of gevaarlijke stoffen;
“gebruik maken” in hoofdstuk 2 Afvalstoffenheffing: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer;
perceel: voor de toepassing van deze verordening wordt als één perceel aangemerkt:
hetgeen in artikel 16 van de Wet waardering onroerende zaken als één onroerende zaak wordt aangemerkt;
een roerende zaak;
een gedeelte van een roerende zaak dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt;
een samenstel van twee of meer roerende zaken of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde belastingplichtige in gebruik zijn en, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren
Hoofdstuk 1
Artikel 2
BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van reinigingsheffingen 2013