Naar hoofdinhoud

Artikel 8

Citeerartikel

Onderdeel van VERORDENING LANGDURIGHEIDSTOESLAG ALBRANDSWAARD 2012

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Langdurigheidstoeslag Albrandswaard 2012. Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Albrandswaard in zijn openbare vergadering van 1 oktober 2012 De griffier, De plaatsvervangend voorzitter, Mr. Renske van der Tempel drs. Richard F.A.C.M. van Meijbeek Toelichting Inleiding Aan de bijstand ligt het uitgangspunt ten grondslag dat het normbedrag, dat is bedoeld ter voorziening in de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan met inbegrip van de component reservering, in beginsel toereikend is. Toch kan de financiële positie van mensen die langdurig op een minimum inkomen zijn aangewezen onder druk komen te staan als er na verloop van tijd geen enkel perspectief lijkt te zijn om door inkomen uit arbeid het inkomen te verhogen. Om die reden is bij de invoering van de WWB in 2004 de langdurigheidstoeslag in het leven geroepen. Sinds 1 januari 2009 is de langdurigheidstoeslag gedecentraliseerd. Ook is de langdurigheidstoeslag sinds die datum een bijzondere vorm van (categoriale) bijzondere bijstand. In het Bestuursakkoord Rijk-gemeenten uit 2007 (“Samen aan de slag”) is afgesproken dat de langdurigheidstoeslag gedecentraliseerd wordt naar gemeenten. Artikel 36 van de wet blijft de basis, maar daarnaast wordt in artikel 8 een bepaling toegevoegd waarin wordt bepaald dat gemeenten in een verordening de precieze voorwaarden voor de langdurigheidstoeslag moeten vastleggen Arbeidsmarktperspectief en ‘geen uitzicht op inkomensverbetering’ Het amendement Spies (31441 nr. 12) is in deze verordening verwerkt. Dit betekent dat gemeenten geen toets hoeven te doen op het aanwezig zijn van ‘arbeidsmarktperspectief’. Het begrip ‘gebrek aan arbeidsmarktperspectief’ is uit de voorwaarden voor de langdurigheidstoeslag geschrapt. De meerwaarde van die voorwaarde werd te beperkt gevonden en overbodig in het licht van de toevoeging in de wettekst dat belanghebbende ‘geen uitzicht heeft op inkomensverbetering’mag hebben. Deze toevoeging is immers hét centrale element geworden voor de langdurigheidstoeslag en als afzonderlijke voorwaarde in de definitieve wettekst terechtgekomen. Geen uitzicht op inkomensverbetering Het uitgangspunt in deze verordening is dat als een belanghebbende 60 maanden een ‘laag inkomen’ ontvangt er automatisch sprake is van ‘geen uitzicht op inkomensverbetering’. Waarom een nieuwe verordening In 2012 wordt in de verordening een wijziging aanbracht in het begrip ‘laag inkomen’ en “langdurig”. Oude situatie laag inkomen langdurig Ridderkerk 120% 60 maanden/5 jaar Albrandswaard 105% 36 maanden/3 jaar Nieuwe situatie laag inkomen langdurig Ridderkerk 110% 60 maanden/5 jaar Albrandswaard 110% 36 maanden/5 jaar In deze verordening is gezocht naar de mogelijkheid om het beleid gelijk te stellen in het samenwerkingsverband. De beperking in de wet staat de gemeenten in de weg om een ruimhartiger minimabeleid te voeren. De inkomensgrens is aangegeven door het ministerie, het mag niet hoger zijn dan 110% maar het mag wel lager zijn. De referteperiode blijft in Albrandswaard 36 maanden/3 jaar. Bevoegdheid gemeenten In artikel 36 WWB, eerste lid, is de basis voor de langdurigheidstoeslag opgenomen: In artikel 8 WWB wordt bepaald dat de verordening in ieder geval betrekking moet hebben op de hoogte van de langdurigheidstoeslag en de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de begrippen langdurig en laag inkomen. Artikelsgewijs

Rechtspraak bij dit artikel