**1..** Het college trekt een marktvergunning of ontheffing in:
op schriftelijk verzoek van de vergunninghouder;
indien de vergunninghouder niet meer aan de bij of krachtens deze verordening gestelde vereisten voldoet;
indien de vergunninghouder ter verkrijging van de marktvergunning onjuiste dan wel onvolledige gegevens heeft verstrekt;
indien de inschrijving in het handelsregister op verzoek van de vergunninghouder is beëindigd;
bij overlijden van de vergunninghouder;
indien de vergunninghouder handelt in strijd met voorschriften van de Vreemdelingenwet 2000 of de Wet arbeid vreemdelingen;
indien de vergunninghouder niet handelt voor eigen rekening en risico;
indien de natuurlijk persoon die namens de vergunninghouder op de standplaats verkoophandelingen verricht deze niet voor rekening en risico van de vergunninghouder verricht.
**2..** Het college kan een marktvergunning of ontheffing intrekken dan wel schorsen, indien de vergunninghouder:
failliet is verklaard;
handelt in strijd met hetgeen bij of krachtens deze verordening is bepaald;
zich op een markt schuldig maakt aan wangedrag of bedrog;
handelingen heeft verricht die het ordelijk verloop in ernstige mate verstoren;
een toezichthouder belemmert in het uitoefenen van zijn functie;
niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld voldoet, dat wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet;
handelt in strijd met voorschriften van de warenwetgeving, de auteurs- en octrooiwetgeving.
Hoofdstuk IV
Artikel 13
Intrekking en schorsing marktvergunning en ontheffing
Onderdeel van Marktverordening Den Haag 2013