Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk IV

Artikel 13

Intrekking en schorsing marktvergunning en ontheffing

Onderdeel van Marktverordening Den Haag 2013

1.. Het college trekt een marktvergunning of ontheffing in: op schriftelijk verzoek van de vergunninghouder; indien de vergunninghouder niet meer aan de bij of krachtens deze verordening gestelde vereisten voldoet; indien de vergunninghouder ter verkrijging van de marktvergunning onjuiste dan wel onvolledige gegevens heeft verstrekt; indien de inschrijving in het handelsregister op verzoek van de vergunninghouder is beëindigd; bij overlijden van de vergunninghouder; indien de vergunninghouder handelt in strijd met voorschriften van de Vreemdelingenwet 2000 of de Wet arbeid vreemdelingen; indien de vergunninghouder niet handelt voor eigen rekening en risico; indien de natuurlijk persoon die namens de vergunninghouder op de standplaats verkoophandelingen verricht deze niet voor rekening en risico van de vergunninghouder verricht. 2.. Het college kan een marktvergunning of ontheffing intrekken dan wel schorsen, indien de vergunninghouder: failliet is verklaard; handelt in strijd met hetgeen bij of krachtens deze verordening is bepaald; zich op een markt schuldig maakt aan wangedrag of bedrog; handelingen heeft verricht die het ordelijk verloop in ernstige mate verstoren; een toezichthouder belemmert in het uitoefenen van zijn functie; niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld voldoet, dat wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet; handelt in strijd met voorschriften van de warenwetgeving, de auteurs- en octrooiwetgeving.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel