Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6.

Artikel 30.

Ruiming, bezorging van overblijfselen en as

Onderdeel van Beheerverordening begraafplaatsen Stichtse Vecht 2013

1.Het voornemen van het college om een graf te ruimen wordt ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop het graf geruimd zal worden per brief aan de rechthebbende of, wanneer het een algemeen graf betreft, aan de gebruiker bekend gemaakt. Wanneer het adres van de rechthebbende of gebruiker niet bekend is, maakt het college het voornemen tot ruiming van het graf gedurende ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip van ruiming door middel van een bij het graf te plaatsen bordje en bij de ingang van de begraafplaats op het mededelingenbord bekend. 2. De rechthebbende op een particulier graf kan bij de beheerder gedurende 2 jaar voor het verlopen van het grafrechttermijn een aanvraag indienen om de overblijfselen en de asbus(sen) te doen verzamelen om deze opnieuw in dezelfde grafruimte te doen plaatsen dan wel om deze te cremeren of elders opnieuw te doen begraven respectievelijk te verstrooien. De rechthebbende op een particulier urnengraf of particuliere urnennis kan bij de beheerder een aanvraag indienen de asbus ter beschikking te houden om elders bij te zetten of om de as te doen verstrooien. 3.De gebruiker van een algemeen graf kan bij de beheerder gedurende 2 jaar voor het verlopen van de gebruikstermijn een aanvraag indienen om de overblijfselen of de asbus(sen) te doen verzamelen om deze elders in een nieuw uit te geven particulier graf te doen begraven respectievelijk te verstrooien. De gebruiker van een algemeen urnengraf kan bij de beheerder een aanvraag indienen de asbus ter beschikking te houden om elders bij te zetten of om de as te doen verstrooien. De beheerder draagt er zorg voor dat met de bij de ruiming van het graf nog aanwezige menselijke resten te allen tijde respectvol wordt omgegaan en dat bezoekers van de begraafplaats niet met menselijke resten worden geconfronteerd. De bij de ruiming van het graf nog aanwezige menselijke resten worden begraven en de as wordt verstrooid op een van de daartoe bestemde gedeelten van de begraafplaats. Ruiming en herbegraving zoals bedoeld in lid 2 en 3 zal niet eerder plaatsvinden dan na beëindiging van de minimale grafrusttermijn van de laatst in gebruik genomen begraaflaag. De kosten die gemoeid zijn met de werkzaamheden genoemd onder lid 2 en 3 komen voor rekening van de rechthebbende of gebruiker van het betreffende graf. Het op verzoek van de rechthebbenden ruimen van particuliere graven op de begraafplaatsen bedoeld in artikel 4, lid 2 is niet mogelijk. Op alle andere begraafplaatsen bestaat deze mogelijkheid wel tenzij dit om technische redenen niet uitvoerbaar is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel