1.Het voornemen van het college om een graf te ruimen wordt ten minste
een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop het graf geruimd zal
worden per brief aan de rechthebbende of, wanneer het een algemeen graf
betreft, aan de gebruiker bekend gemaakt. Wanneer het adres van de
rechthebbende of gebruiker niet bekend is, maakt het college het
voornemen tot ruiming van het graf gedurende ten minste een jaar
voorafgaande aan het tijdstip van ruiming door middel van een bij het
graf te plaatsen bordje en bij de ingang van de begraafplaats op het
mededelingenbord bekend.
2. De rechthebbende op een particulier graf kan bij de beheerder
gedurende 2 jaar voor het verlopen van het grafrechttermijn een aanvraag
indienen om de overblijfselen en de asbus(sen) te doen verzamelen om
deze opnieuw in dezelfde grafruimte te doen plaatsen dan wel om deze te
cremeren of elders opnieuw te doen begraven respectievelijk te
verstrooien. De rechthebbende op een particulier urnengraf of
particuliere urnennis kan bij de beheerder een aanvraag indienen de
asbus ter beschikking te houden om elders bij te zetten of om de as te
doen verstrooien.
3.De gebruiker van een algemeen graf kan bij de beheerder gedurende 2
jaar voor het verlopen van de gebruikstermijn een aanvraag indienen om
de overblijfselen of de asbus(sen) te doen verzamelen om deze elders in
een nieuw uit te geven particulier graf te doen begraven respectievelijk
te verstrooien. De gebruiker van een algemeen urnengraf kan bij de
beheerder een aanvraag indienen de asbus ter beschikking te houden om
elders bij te zetten of om de as te doen verstrooien.
De beheerder draagt er zorg voor dat met de bij de ruiming van
het graf nog aanwezige menselijke resten te allen tijde
respectvol wordt omgegaan en dat bezoekers van de begraafplaats
niet met menselijke resten worden geconfronteerd.
De bij de ruiming van het graf nog aanwezige menselijke resten
worden begraven en de as wordt verstrooid op een van de daartoe
bestemde gedeelten van de begraafplaats.
Ruiming en herbegraving zoals bedoeld in lid 2 en 3 zal niet
eerder plaatsvinden dan na beëindiging van de minimale
grafrusttermijn van de laatst in gebruik genomen
begraaflaag.
De kosten die gemoeid zijn met de werkzaamheden genoemd onder
lid 2 en 3 komen voor rekening van de rechthebbende of gebruiker
van het betreffende graf.
Het op verzoek van de rechthebbenden ruimen van particuliere
graven op de begraafplaatsen bedoeld in artikel 4, lid 2 is niet
mogelijk. Op alle andere begraafplaatsen bestaat deze
mogelijkheid wel tenzij dit om technische redenen niet
uitvoerbaar is.
Hoofdstuk 6.
Artikel 30.
Ruiming, bezorging van overblijfselen en as
Onderdeel van Beheerverordening begraafplaatsen Stichtse Vecht 2013