Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Artikel 5

Onderdeel van Verordening subsidieplafond 2013 (9.36)

Het subsidieplafond voor het verlenen van eenmalige subsidies voor activiteiten op de volgende terreinen is als volgt bepaald: Amateurkunst, professionele kunst, kinder-, jeugd- en jongerenwerk, educatie: € 6.159,00; Ouderen: € 2.144,00; Minderheden: € 1.571,00; Gezondheidszorg, kunstzinnige vorming, bibliotheekwerk, recreatie en toerisme, monumentenzorg, internationale contacten, belangenbehartiging, verkeer en vervoer, economische zaken, openbare orde en veiligheid, lokale omroep € 2.000,00; Kinderopvang: € 835,00; Sport: € 2.265,00; Cultuur en kunst € 5.426,00. Voor de verdeling van het subsidieplafond geldt dat een instelling die als eerste een subsidieaanvraag voor activiteiten op de terreinen, als bedoeld in het eerste lid van dit artikel, bij het gemeentebestuur indient als eerste voor subsidie in aanmerking komt, mits zij voldoet aan de Algemene subsidieverordening en de Bijzondere subsidieverordening. Wanneer op een zelfde tijdstip van meerdere instellingen met activiteiten op de terreinen als bedoeld in het eerste lid van dit artikel een subsidieaanvraag wordt ontvangen en deze voldoen aan de Algemene subsidieverordening en de Bijzondere subsidieverordening, dan wordt als het subsidieplafond is bereikt naar evenredigheid een lager subsidiebedrag verstrekt aan deze instellingen. Subsidieplafond projectsubsidie voor leefomgeving

Rechtspraak bij dit artikel