De vergunning kan door het bevoegd gezag worden ingetrokken indien:
a. blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend;
b. blijkt dat de vergunninghouder de voorschriften als bedoeld in artikel 10 niet naleeft;
c. de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het monument zwaarder dient te wegen;
d. niet binnen 1 jaar van de vergunning gebruik wordt gemaakt.
Het besluit tot intrekking wordt in afschrift gezonden aan de monumentencommissie.
Hoofdstuk 3
Artikel 14
Intrekken van de vergunning
Onderdeel van Erfgoedverordening 2010 Gemeente Nuenen c.a.