**1..** Indien het inkomen van een ongehuwde persoon of het gezamenlijk inkomen van gehuwde personen meer bedraagt dan 1⅔ maalde normen, genoemd in lid 3 van dit artikel, dan is het gebruik van een eigen auto, een bruikleenauto, een taxi of een rolstoeltaxi algemeen gebruikelijk, zodat een auto of een met een auto vergelijkbare voorziening en de daarmee samenhangende gebruiks- en onderhoudskosten niet in aanmerking komen voor verstrekking of vergoeding.
**2..** Alleen personen met een inkomen lager dan 1⅔ maal de normen, genoemd in lid 3 van dit artikel, komen in aanmerking voor een deelnemerspas waarmee tegen gereduceerd tarief kan worden gereisd met een collectieve vervoersvoorziening.
**3..** Onder de normen als bedoeld in lid 1 en 2 van dit artikel worden verstaan: de normen, genoemd in paragraaf 3.2 van de Wet werk en bijstand, omgerekend tot een bedrag per kalenderjaar, waarbij deze normen voor een belanghebbende van 21 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar die een alleenstaande of een alleenstaande ouder is, en die niet in een inrichting verblijft, eerst zijn verhoogd met de toeslag, genoemd in artikel 25 lid 2 WWB, en de normen van een alleenstaande of een alleenstaande ouder, of gehuwde, die in een inrichting verblijft, eerst zijn verhoogd met de bedragen, genoemd in artikel 23 lid 2 WWB.
HOOFDSTUK 4.
Artikel 9.
Algemeen gebruikelijke vervoersvoorzieningen
Onderdeel van Besluit eigen bijdragen en financiële tegemoetkomingen maatschappelijke ondersteuning 2012