Deze paragraaf verstaat onder speelgelegenheid: een voor het publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren.
Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. Het verbod is niet van toepassing op speelautomatenhallen waarvoor op grond van artikel 30c, eerste lid, onder c. van de Wet op de Kansspelen vergunning is verleend.
De burgemeester weigert de vergunning:
indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon-
en leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid of de openbare
orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door de
exploitatie van de speelgelegenheid;
indien de exploitatie van een speelgelegenheid in strijd is met een geldend bestemmingsplan.
Artikel 2.3.3.1
Speelgelegenheden
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Eindhoven 2012 (APV 2012)