Naar hoofdinhoud

Paragraaf 4

Artikel 4.3.6

Herplant- en instandhoudingsplicht

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Eindhoven 2012 (APV 2012)

1.. Indien de houtopstand waarop het in deze verordening bedoelde verbod tot vellen van toepassing is, zonder vergunning van het bevoegd gezag is geveld, dan wel op andere wijze teniet is gedaan, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop de houtopstand zich bevond, dan wel aan degene die uit andere hoofde voor het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen te herplanten overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn. 2.. Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd, dan kan daarbij tevens worden bepaald op welke wijze en binnen welke termijn niet geslaagde beplanting moet worden vervangen. 3.. Indien een houtopstand waarop het verbod tot vellen van toepassing is in het voortbestaan ernstig wordt bedreigd kan het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop de houtopstand zich bevindt, dan wel aan degene die uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen om, overeenkomstig door hem te geven aanwijzingen en binnen een door hem te stellen termijn, voorzieningen te treffen waardoor die dreiging wordt weggenomen. 4.. Degene aan wie een verplichting als bedoeld in het eerste tot en met het derde lid is opgelegd, alsmede zijn rechtsopvolger, is verplicht daaraan te voldoen.

Rechtspraak bij dit artikel