**1..** In de adviescommissie Dierenwelzijn en Stadsnatuur hebben personen zitting die geacht worden deskundig te zijn op het gebied van dierenwelzijn en stadsnatuur; bovendien hebben zij kennis van de Rotterdamse situatie op deze gebieden.
**2..** Zij plegen geen last of ruggespraak.
**3..** De adviescommissie Dierenwelzijn en Stadsnatuur bestaat uit minimaal drie tot maximaal vijf leden en een ambtelijk secretaris.
**4..** De leden van de adviescommissie Dierenwelzijn en Stadsnatuur worden door het college van B&W benoemd.
**5..** Het college kan voor elk lid een stemgerechtigde plaatsvervanger benoemen.
**6..** Nieuwe leden, en nieuwe plaatsvervangende leden, van de adviescommissie Dierenwelzijn en Stadsnatuur worden door het college van B&W benoemd op voordracht van de overige leden van de adviescommissie Dierenwelzijn en Stadsnatuur.
**7..** Het lidmaatschap van de adviescommissie Dierenwelzijn en Stadsnatuur is onverenigbaar met het lidmaatschap van de Gemeenteraad, Raadscommissies en het college van B&W.
**8..** De leden van de adviescommissie Dierenwelzijn en Stadsnatuur worden benoemd voor een periode van vier jaar, bij voorkeur gekoppeld aan de zittingsduur van het college van B&W. Herbenoeming is mogelijk voor maximaal één zittingsperiode.
**9..** De leden van de adviescommissie Dierenwelzijn en Stadsnatuur treden gelijktijdig af en zijn meteen herkiesbaar, doch blijven in functie totdat zij zijn herbenoemd, dan wel nieuwe leden zijn benoemd.
**10..** De benoeming ter voorziening in tussentijds opengevallen plaatsen geschiedt binnen drie maanden na het ontstaan van een vacature.
**11..** De leden van de adviescommissie Dierenwelzijn en Stadsnatuur kunnen te allen tijde om ontslag vragen, maar ook dan geldt dat zij in functie blijven tot nieuwe leden zijn benoemd.
Artikel 2
Samenstelling en benoeming adviescommissie Stadsnatuur en Dierenwelzijn
Onderdeel van Instellingsbesluit en Reglement Adviescommissie Dierenwelzijn en Stadsnatuur van de gemeente Rotterdam