**1..** Een ambtenaar verleent op verzoek van de griffier of de secretaris ambtelijke bijstand, als bedoeld in artikel 1, eerste en vierde lid, tenzij:
het raadslid danwel het commissielid-niet zijnde raadslid niet aannemelijk heeft gemaakt dat de bijstand betrekking heeft op de werkzaamheden van de raad, resp. de commissie, waarin het lid zitting heeft;
dit het belang van de gemeente kan schaden.
**2..** De secretaris beoordeelt of ambtelijke bijstand op grond van het eerste lid geweigerd wordt.
**3..** Indien de bijstand op grond van het eerste lid wordt geweigerd deelt de secretaris dit met redenen omkleed mee aan de burgemeester, de griffier en aan het raadslid danwel commissielid-niet zijnde raadslid, dat het verzoek heeft ingediend.
**4..** De griffier danwel een medewerker van de griffie verleent ambtelijke bijstand, tenzij:
het raadslid danwel het commissielid-niet zijnde raadslid niet aannemelijk heeft gemaakt, dat de bijstand betrekking heeft op de werkzaamheden van de raad, resp. de commissie, waarin het lid zitting heeft;
dit het belang van de gemeente kan schaden.
**5..** Indien de bijstand om deze redenen wordt geweigerd, deelt de griffier dit met redenen omkleed mede aan de burgemeester en het raadslid danwel commissielid-niet zijnde raadslid, dat het verzoek om bijstand heeft ingediend.
**6..** Bij verzoeken om feitelijke informatie, inzage in of afschrift van documenten en verzoeken om bijstand mag de ambtenaar, die informatie verstrekt of bijstand verleent, niet tot geheimhouding verplicht worden.