Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 12

Omvang van het persoonsgebonden budget bij koop en huur

Onderdeel van BESLUIT voorzieningen maatschappelijke ondersteuning 2013 Voorschoten

1.. Het persoonsgebonden budget voor een rolstoel omvat twee bestanddelen: een eenmalige vergoeding voor de aanschaf inclusief standaard fabrieksopties (A) en een jaarlijkse tegemoetkoming in de kosten van onderhoud, reparatie en eventueel verzekering (B). Het persoonsgebonden budget bedraagt, rekening houdend met de kosten voor verzekering en onderhoud voor de gehele gebruiksperiode, als bedoeld in het derde lid, ten hoogste: Soort voorziening Totaal (A+B) Aanschaf (A) Verzekering en onderhoud voor hele periode (B) 1 duwwandelwagen voor continu gebruik € 3.650,- € 3.150,- € 500,- 2 handbewogen rolstoel voor incidenteel/kortdurend gebruik € 1.025,- € 775,- € 250,- 3 handbewogen rolstoel voor (semi-)permanent/algemeen gebruik € 2.750,- € 2.250,- € 500,- 4 handbewogen rolstoel voor actief gebruik € 2.600,- € 2.100,- € 500,- 5 elektrische rolstoel voor (semi-)permanent gebruik, primair binnen, maar ook om het huis € 9.450,- € 6.950,- € 2.500,- 6 elektrische rolstoel voor (semi-)permanent gebruik, primair buiten, maar ook binnenshuis €10.800,- € 8.300,- € 2.500,- 2.. Indien de aanvrager het persoonsgebonden budget aanwendt voor het huren van een rolstoel, ontvangt hij per kalenderjaar het in het eerste lid genoemde totaalbedrag (A + B), gedeeld door het aantal gebruiksduurjaren als bedoeld in het vierde lid. Bij overlijden of verhuizen van de aanvrager of het niet meer adequaat zijn van de rolstoel wordt het persoonsgebonden budget stopgezet. 3.. Bij de verstrekking van het persoonsgebonden budget stelt de gemeente een programma van eisen voor de rolstoel beschikbaar. 4.. De gemeente hanteert een gebruiksduur van 7 jaar voor een rolstoel. 5.. De aanvrager is verplicht om gedurende de gebruiksduur de via het persoonsgebonden budget aangeschafte rolstoel voldoende te laten onderhouden. 6.. De aanvrager is verplicht om gedurende de gebruiksduur voor de via het persoonsgebonden budget aangeschafte elektrische rolstoel een aansprakelijkheidsverzekering (eerste drie jaar all risk) af te sluiten. 7.. De gemeente vergoedt alleen de werkelijk gemaakte kosten van de aanschaf van de rolstoel op basis van aankoopbewijs of vooruitbetaald op basis van een offerte. Hierbij geldt het in lid 1 genoemde maximum. 8.. De jaarlijkse tegemoetkoming in de kosten van onderhoud, reparatie en verzekering van een rolstoel wordt voor de eerste keer verstrekt in het jaar volgend op het jaar van aanschaf. In het jaar van aanschaf wordt een voorschot van € 50,- verstrekt op de tegemoetkoming voor kosten van verzekering. 9.. De meerkosten die verband houden met noodzakelijke individuele aanpassingen worden voor 100% vergoed. 10.. Indien vast staat dat de aanvrager de rolstoel niet meer gebruikt, is hij gehouden deze aan de gemeente in eigendom over te dragen dan wel de restwaarde ervan te vergoeden. Bij overlijden van de aanvrager binnen de gebruiksduur van de voorziening rust deze verplichting op de erfgenamen van de aanvrager. 11.. Indien vanwege medische redenen binnen 7 jaar opnieuw een persoonsgebonden budget voor een rolstoel wordt aangevraagd, dan wordt deze eventueel verstrekt onder inhouding van het bedrag van de restwaarde van de eerder verstrekte rolstoel. 12.. Indien degene aan wie een persoonsgebonden budget voor een rolstoel is toegekend, binnen 7 jaar verhuist, dan wordt het bedrag van de restwaarde van de eerder verstrekte rolstoel gevorderd, tenzij de gemeente van de nieuwe woonplaats de verstrekking overneemt. De restwaarde van de rolstoel wordt als volgt bepaald: Bij verhuizing of overlijden van aanvrager of niet meer adequaat zijn van de voorziening Restwaarde als percentage van verstrekt aanschaf-gedeelte van het PGB ~ in het eerste jaar 85% ~ in het tweede jaar 70% ~ in het derde jaar 55% ~ in het vierde jaar 40% ~ in het vijfde jaar 25% ~ in het zesde jaar 10%

Rechtspraak bij dit artikel