Naar hoofdinhoud

Afdeling II.

Artikel 3

Artikel 3

Onderdeel van Parkeerverordening 2010

1.. Het college kan op een daartoe strekkende aanvraag een vergunning verlenen voor het parkeren op belanghebbendenplaatsen, parkeerapparatuurplaatsen en/of blauwe zone plaatsen. 2.. Het college kan regels stellen voor het aanvragen en verlenen van een vergunning. 3.. Een vergunning kan worden verleend aan: een eigenaar of houder van een motorvoertuig die woont in eengebied waar belanghebbendenplaatsen, blauwe zone plaatsen of mede door vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn; een eigenaar of houder van een motorvoertuig die een beroep of bedrijf uitoefent in een gebied waar belanghebbendenplaatsen, blauwe zone plaatsen of mede door vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn en die aantoont dat het in het belang van diens beroep- of bedrijfsuitoefening noodzakelijk is in dat gebied een motorvoertuig te parkeren; een eigenaar of houder van een motorvoertuig bestemd voor autodate, waarvan de autodateplaats is gelegen in een gebied waar belanghebbendenplaatsen, blauw zone plaatsen of mede door vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn; een eigenaar of houder van een motorvoertuig die tevens een vaste standplaats heeft op de weekmarkt te Beverwijk; een bewoner in het gebied waar belanghebbendenplaatsen, blauwe zone plaatsen of mede door vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn, ten behoeve van zijn of haar bezoek en/of ten behoeve van mantelzorg; huisartsen, verloskundigen en bepaalde professionele zorgverleners die spoedeisende hulp verlenen aan patiënten in gereguleerd gebied; een eigenaar of houder van een motorvoertuig (algemene dag-, week-, maand- en jaarvergunningen). 4.. Het college kan in bijzondere gevallen een vergunning ook verlenen aan een eigenaar of houder van een motorvoertuig die niet behoort tot de categorie personen als benoemd in het derde lid. 5.. Het college kan een maximum aantal uit te geven vergunningen per aaneengesloten gebied en per categorie vaststellen. 6.. Het college kan aan een vergunning voorschriften en beperkingen verbinden die strekken tot bescherming van het belang van een goede verdeling van de beschikbare parkeerruimte. Aan een vergunning voor categorie III kan het college voorschriften en beperkingen verbinden die strekken tot bescherming van het belang van het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade alsmede de gevolgen voor het milieu, bedoeld in de Wet milieubeheer, waaronder mede wordt begrepen het stimuleren van selectief autogebruik.

Rechtspraak bij dit artikel