Naar hoofdinhoud
1.. De bevoegdheid ingevolge artikel 149, eerste lid, onderdeel d, van de Wegenverkeerswet 1994 juncto artikel 9.1 van de Regeling Voertuigen tot het verlenen van ontheffing te mandateren aan de Algemeen Directeur van de Dienst Wegverkeer (RDW). 2.. Dit mandaat betreft de bevoegdheid tot het verlenen van ontheffing van het bepaalde in de afdelingen 7, 8 en 14 van hoofdstuk 5 van de Regeling Voertuigen, voor de eisen en voorwaarden aan de inrichting van deze voertuigen gesteld en ten aanzien van het rijden met deze voertuigen waarvan de afmetingen en massa's de wettelijke maxima overschrijden. 3.. De bevoegdheid ingevolge artikel 149, eerste lid, onderdeel d, van de Wegenverkeerswet 1994 juncto artikel 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 tot het verlenen van ontheffing te mandateren aan de Algemeen Directeur van de Dienst Wegverkeer voor zover noodzakelijk en direct samenhangend met de in lid 2 van dit artikel genoemde voertuigen. 4.. Het mandaat betreft alle wegen binnen de gemeente De Ronde Venen, uitgezonderd de wegen en weggedeelten, genoemd in bijlage A, behorende bij dit besluit. Hier is voorafgaande toestemming onzerzijds noodzakelijk tot een voertuigbreedte van ten hoogste 3,50 m. 5.. Voor een voertuig met een breedte groter dan 3,50 meter of waarmee niet door ons aangewezen wegen worden bereden, wordt geen ontheffing verleend dan na voorafgaande toestemming daartoe onzerzijds.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel