Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 Basissubsidies › Paragraaf 2 subsidieverlening

Artikel 9. aanvraag tot subsidieverlening

Artikel 9. aanvraag tot subsidieverlening

Onderdeel van Subsidieverordening welzijn 2010

1.. 1. Een aanvraag tot verlening van een basissubsidie dient vóór 1 mei, voorafgaand aan het kalenderjaar waarin de subsidieperiode ingaat, te worden ingediend bij het college. Een te laat ingediende aanvraag wordt niet in behandeling genomen. 2.. 1. De aanvraag wordt ingediend middels een door het college vastgesteld aanvraagformulier en is vergezeld van: a. een programma van activiteiten voor de periode waarop de aanvraag betrekking heeft, met een toelichting op de aard, omvang en intensiteit van de geplande activiteiten, de doelgroepen waarop de activiteiten zijn gericht en het verwachte aantal deelnemers/gebruikers; b. een ledenlijst per 1 januari van het jaar voorafgaand aan de subsidieperiode, gesorteerd op leeftijd met vermelding van naam, adres, woonplaats en geboortedatum en eventuele beperkingen van leden; c. een overzicht van de van de leden te heffen contributies, bijdragen en/of tarieven met vermelding van de activiteiten waaraan deze verbonden zijn; d. een jaarrekening en balans per 31 december van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de aanvraag wordt gedaan, waar in ieder geval de eindsaldi van de bank, giro en kas zijn vermeld, tenzij deze stukken reeds ten behoeve van de vaststelling van een andere subsidie bij het college aanwezig zijn; e. een jaarverslag waaruit blijkt welke activiteiten de organisatie het voorgaande jaar heeft gerealiseerd. 3.. Vóór 1 november van het jaar als bedoeld in lid 1 dient de aanvrager een begroting van baten en lasten voor het kalenderjaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd, alsmede een toelichting op deze begroting bij het college in te dienen. 4.. Ingeval voor de eerste maal subsidie wordt aangevraagd legt de organisatie tevens de volgende stukken over: a. de oprichtingsakte met de statuten; b. een bewijs van inschrijving bij de Kamer van Koophandel; c. een exemplaar van het huishoudelijk reglement met de vaststellingsdatum ervan; d. een overzicht van de bestuurssamenstelling van de organisatie. 5.. Het college kan bepalen dat ook andere dan in dit artikel genoemde gegevens en bescheiden, die voor het beoordelen van de aanvraag van belang zijn, worden overgelegd.

Rechtspraak bij dit artikel