Naar hoofdinhoud

Artikel 10.

Reserve grondbedrijf

Onderdeel van Beheersverordening Grondbedrijf 2012

10.1. Jaarlijks wordt in het kader van de jaarrekening inzicht verschaft in de omvang van de reserve van het grondbedrijf. 10.2. Het eindresultaat van het MPG is inzicht in het toekomstig verloop van de reserve grondbedrijf. De reserve grondbedrijf dient de basis te vormen voor een gezond grondbedrijf nu en in de toekomst. Om een financiële buffer voor risico’s in het grondbedrijf te hebben, dient de Reserve grondbedrijf boven het risicoprofiel (zie 9.2) uit te komen. Hierbij wordt geen drempelbedrag gehanteerd. 10.3. De reserve grondbedrijf betreft een reserve ter dekking van (incidentele) resultaten van het grondbedrijf, waaronder het resultaat betaalplannen, resultaat restpercelen, erfpachtgronden, nog niet in exploitatie genomen gronden en initiatiefkosten van projecten die geen doorgang vinden. 10.4. Indien de reserve grondbedrijf ten opzichte van het risicoprofiel onvoldoende is, zal het college de raad een voorstel doen op welke termijn de reserve grondbedrijf weer op peil dient te worden gebracht. De Algemene Dienst dient garant te staan voor het grondbedrijf indien het financieel vermogen van het grondbedrijf onvoldoende is. 10.5. Binnen de reserve van het grondbedrijf kunnen speciaal geoormerkte bestemmingsreserves worden opgenomen bestemd voor een specifiek doel. Instelling, voeding en uitname geschieden bij besluit van de raad.

Rechtspraak bij dit artikel