Naar hoofdinhoud

Artikel 4.

Financiering grondbedrijf

Onderdeel van Beheersverordening Grondbedrijf 2012

4.1. Het concern draagt zorg voor de financiering van het grondbedrijf. 4.2. Het grondbedrijf betaalt over het geïnvesteerd vermogen een rente die in principe gelijk is aan de interne rekenrente van de gemeente. In overleg met de treasurer kan in afwijking hierop voor een specifiek project een projectrente afgesproken worden. Deze projectrente wordt door de raad vastgesteld. De rentevergoeding over de reserves van het grondbedrijf is in principe gebaseerd op de rentevergoeding van vergelijkbare reserves en wordt jaarlijks door de raad vastgesteld bij de begroting. Deze kan derhalve afwijken van de interne rekenrente. 4.3. Alvorens werkzaamheden in het kader van de grondexploitatie kunnen worden uitgevoerd, dient de raad hiervoor een krediet beschikbaar te stellen. Een uitzondering hierop kan gemaakt worden voor algemene kosten grondbedrijf die middels het vaststellen van de gemeentebegroting worden gefiatteerd. Voor werkzaamheden in de planinitiatieffase kan, na goedkeuring van het hoofd Vastgoed & Projecten, op basis van een projectdefinitie inclusief de benoeming van een projectleider een budget verstrekt worden tot een hoogte van max. € 25.000,-. In de jaarrekening van het grondbedrijf wordt hier achteraf verantwoording over afgelegd. Indien het project doorgang vindt, worden de gemaakte kosten meegenomen in het door de raad vast te stellen voorbereidingskrediet. Dit is enkel mogelijk indien de reserves van het grondbedrijf toereikend zijn om dergelijke budgetten te verstrekken. 4.4. Op basis van een definitieve exploitatiebegroting wordt aan de raad een totaalkrediet gevraagd. Jaarlijks bij de actualisatie van de exploitatiebegroting wordt aan de raad medegedeeld of het totaalkrediet nog voldoende is om de nog te maken kosten te dekken. Indien nodig wordt aan de raad een aanvullend totaalkrediet gevraagd. 4.5. Voor de daadwerkelijke uitvoering van een project worden door de projectleider schriftelijk opdrachten verstrekt. Hiertoe worden aan de projectleider de bijbehorende budgetten ter beschikking gesteld. De aangevraagde budgetten dienen onderbouwd te zijn. Alvorens de budgetten ter beschikking worden gesteld, worden deze getoetst door de planeconoom. De budgetten dienen in overeenstemming te zijn met de desbetreffende grondexploitatieberekening en moeten passen binnen de beschikbaar gestelde totaalkredieten. 4.6. De projectleider is er verantwoordelijk voor dat de opdracht binnen het budget wordt uitgevoerd. Hiertoe ontvangt de projectleider maandelijks kredietoverzichten van de administrateur van het grondbedrijf. Bij dreigende over- of onderschrijdingen dient de projectleider de planeconoom daarover vroegtijdig te informeren, zodat er sprake kan zijn van eventuele bijsturing. Indien de dreigende over- of onderschrijding van het budget leidt tot een dreigende over- of onderschrijding van het totaalkrediet dient het hoofd Vastgoed & Projecten daarover vroegtijdig te worden geïnformeerd. Indien de over- of onderschrijding van het budget zal leiden tot een over- of onderschrijding van het totaalkrediet dient het college van B&W geïnformeerd te worden. De raad wordt bij jaarlijkse actualisaties op de hoogte gesteld. 4.7. De planeconoom toetst periodiek de voortgang van de opdracht in kwaliteit, voortgang en geld onder de regie en eindverantwoordelijkheid van het hoofd Vastgoed & Projecten.

Rechtspraak bij dit artikel