Naar hoofdinhoud

Artikel 1.

Indeling en uitgifte der graven.

Onderdeel van Nadere regels voor de graven en asbezorging

1.. De graven worden onderverdeeld in: a. algemene graven, waarin gelegenheid wordt gegeven om lijken te begraven voor de tijd van 10 jaren; b. algemene kindergraven, waarin gelegenheid wordt gegeven om lijken van kinderen tot 12 jaar te begraven voor de tijd van 10 jaren; c. particuliere graven, uitgegeven voor de tijd van minimaal 10 jaren en maximaal 20 jaren, bestemd voor het begraven van ten hoogste 2 lijken dan wel het plaatsen van 2 asbussen met of zonder urnen of het verstrooien van de as van 2 overledenen; d. particuliere kindergraven, uitgegeven voor de tijd van minimaal 10 jaren en maximaal 20 jaren, bestemd voor het begraven van ten hoogste 2 lijken van kinderen tot 12 jaar dan wel het plaatsen van 2 asbussen, met of zonder urnen, of het verstrooien van de as van 2 overleden kinderen; e. particulierurnengraven en particuliere urnenkelders, uitgegeven voor de tijd van minimaal 10 jaren en maximaal 20 jaren, bestemd voor het daarin bijzetten van ten hoogste 2 asbussen, met of zonder urnen, dan wel het doen verstrooien van as daarin van 2 overledenen. 2.. De urnennissen worden onderverdeeld in: a. algemene urnennis, waarin gelegenheid wordt gegeven tot het bijzetten van één asbus voor de tijd van een half jaar; b. particuliere urnennissen en particuliereurnenplaatsen, uitgegeven voor de tijd van 5 jaren, bestemd voor de bijzetting van ten hoogste één uitsluitend door de gemeente beschikbaar gestelde urn. 3.. In bijzonder schrijnende gevallen kan ons college ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid onder c en d voor het begraven van ten hoogste één asbus meer of het verstrooien van de as van één overledene meer in een graf, bestemd voor begraving van 2 lijken, 2 asbussen of verstrooiing van as van 2 overledenen.

Rechtspraak bij dit artikel