Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Maatstaf van heffing en tarief

Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van haven- en opslaggeld 2013

1     HAVENGELD A   Incidenteel: 1   Het recht, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, sub a, bedraagt voor: a vrachtschepen en sleepboten: per volle 10 m3 waterverplaatsing,tot en met een maximum van 7 aaneengesloten dagen € 1 b pontons, dokken en vlotten: per volle 10 m2 oppervlakte, tot en met een maximum van 7 aaneengesloten dagen € 1 c pleziervaartuigen: per volle m' lengte, tot en met een maximum van 3 aaneengesloten dagen € 0,50 d roeiboten/kano's: per stuk, tot en met een maximum van 7 aaneengesloten dagen € 1 e andere vaartuigen: per volle m1 lengte, tot en met een maximum van 7 aaneengesloten dagen                        € 0,60 Het recht, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, sub b, bedraagt de helft van het in het eerste lid onder A1 genoemde recht. B Abonnementen: Het recht, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, wordt voor vrachtschepen en sleepboten - op aanvraag van de belastingplichtige - geheven bij gezamenlijk abonnement. Het recht bedraagt alsdan; per 10 m3 waterverplaatsing: per maand € 3 per kwartaal € 8,10 per jaar € 24,30 Het recht, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, sub b, wordt voor vrachtschepen en sleepboten – op aanvraag van de belastingplichtige - geheven bij abonnement. Het recht bedraagt alsdan; per 10 m3 waterverplaatsing: per maand € 1,60 per kwartaal € 3,95 per jaar € 11,85 2     OPSLAGGELD Het recht, als bedoeld in artikel 2, tweede lid, bedraagt; per m2 oppervlakte: per dag € 0,35 per week € 0,65 per maand € 1,55 per kwartaal € 2,85 per jaar € 7,35 Perioden dan wel gedeelten van perioden worden als een volle kalenderperiode gerekend, met dien verstande, dat indien tarieven voor verschillende perioden zijn genoemd het laagste van toepassing zijnde belastingbedrag wordt geheven.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel