**1..** Het is verboden om de bodem van een terrein, als bedoeld in artikel 1, onder a, sub 2, of een archeologisch verwachtingsgebied, als bedoeld in artikel 1, onder e, onder de oppervlakte te verstoren.
**2..** Het verbod in lid 1 is niet van toepassing indien:
in het geldend bestemmingsplan bepalingen zijn opgenomen omtrent archeologische monumentenzorg;
in een projectbesluit als bedoeld in artikel 3.10 van de Wet ruimtelijke ordening, dan wel in een vrijstellingsbesluit als bedoeld in de artikelen 15, 17 of 19 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening voorschriften zijn opgenomen omtrent archeologische monumentenzorg;
het college nadere regels stelt met betrekking tot de uitvoering van werkzaamheden die leiden tot verstoring van een archeologisch monument of archeologisch verwachtingsgebied als aangegeven op door de gemeenteraad vastgestelde archeologische waardenkaart of de gemeentelijke beleidsadvieskaart;
een rapport is overlegd waarin de archeologische waarde van het te verstoren terrein naar het oordeel van het college in voldoende mate is vastgesteld en waaruit blijkt dat:
het behoud van de archeologische waarden in voldoende mate kan worden geborgd, of
de archeologische waarden door de verstoring niet onevenredig worden geschaad, of
in het geheel geen archeologische waarden aanwezig zijn.