Het is verboden een gemeentelijk monument, als bedoeld in
artikel 1, onder a, sub 1, te beschadigen of te vernielen.
Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag:
een gemeentelijk monument, als bedoeld in artikel 1,
onder a, sub 1, af te breken, te verstoren, te
verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen;
een gemeentelijk monument, als bedoeld in artikel 1,
onder a, sub 1, te herstellen, te gebruiken of te laten
gebruiken op een dusdanige wijze, dat het wordt ontsierd
of in gevaar gebracht.
Een vergunning voor een activiteit als bedoeld in het tweede lid
is niet vereist, indien deze activiteit betrekking heeft op:
gewoon onderhoud, mits daarbij ongewijzigd blijven:
detaillering, profilering, vormgeving, materiaalsoort én
kleurstelling; of - in geval van een tuin, park of andere aanleg
- de aanleg niet wijzigt; of
een activiteit die uitsluitend leidt tot inpandige veranderingen
van een onderdeel van het monument dat vanuit een oogpunt van
monumentenzorg aantoonbaar geen waarde heeft.
Het bevoegd gezag verleent, met betrekking tot een
monument met een religieuze bestemming, geen vergunning
als bedoeld in het tweede lid, dan in overeenstemming
met de eigenaar indien en voor zover het een vergunning
betreft, waarbij wezenlijke belangen van de
godsdienstuitoefening in het monument in het geding
zijn.
Het college is bevoegd nadere regels te stellen met
betrekking tot de wijze waarop activiteiten dienen
te worden uitgevoerd.
Hoofdstuk 3.
Artikel 10.
Instandhoudingbepaling
Onderdeel van Erfgoedverordening West Maas en Waal 2013