De vergunning kan door het bevoegd gezag worden ingetrokken indien:
blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of
onvolledige opgave is verleend;
de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich
zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het monument
zwaarder dient te wegen;
op verzoek van de vergunninghouder;
niet binnen 52 weken van de vergunning gebruik wordt
gemaakt.
Hoofdstuk 3.
Artikel 14.
Intrekken van de vergunning
Onderdeel van Erfgoedverordening West Maas en Waal 2013