Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Benoeming en ontslag

Onderdeel van Verordening commissie onderzoek jaarrekening 2010

1.. Zo spoedig mogelijk na de aanvang van een nieuwe zittingsperiode van de raad benoemt de raad op voordracht van de fracties de leden en plaatsvervangende leden van de commissie. 2.. De leden en plaatsvervangende leden worden benoemd voor de zittingsperiode van de raad. 3.. Een lid of plaatsvervangend lid houdt op lid van de commissie te zijn op het tijdstip waarop hij/zij ophoudt raadslid te zijn. 4.. De raad kan een lid ontslaan op voorstel van de fractie op wiens voordracht het lid is benoemd. 5.. De leden en plaatsvervangende leden kunnen te allen tijde ontslag nemen door schriftelijke kennisgeving aan de raad. Het ontslag gaat onmiddellijk in. 6.. Indien door overlijden of ontslag een vacature ontstaat beslist de raad zo spoedig mogelijk over de invulling daarvan. 7.. Indien een fractie, blijkens een schriftelijke verklaring aan de voorzitter van de raad, niet langer vertegenwoordigd is in de raad, vervalt het lidmaatschap van het lid en het plaatsvervangend lid, dat op voordracht van die fractie is benoemd, van rechtswege. 8.. Indien één of meer leden van één of meer fracties als zelfstandige fractie gaan optreden vervalt het lidmaatschap van dit lid/deze leden in de commissie namens hun oorspronkelijke fractie van rechtswege en draagt de nieuwe fractie een lid en eventueel een plaatsvervangend lid van de commissie voor ter benoeming door de raad. 9.. Indien één of meer leden van een fractie zich aansluiten bij een andere fractie vervalt het lidmaatschap van dit lid/deze leden in de commissie namens hun oorspronkelijke fractie van rechtswege.

Rechtspraak bij dit artikel