Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt
ingediend minder dan drie weken vóór het tijdstip waarop de
aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het
bevoegde bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te
behandelen.
Voor bepaalde, door het bevoegde bestuursorgaan aan te wijzen
vergunningen of ontheffingen kan de in het eerste lid genoemde
termijn worden verlengd tot ten hoogste acht weken.