Het is verboden op, aan of boven het voor voetgangers of
(brom)fietsers bestemde deel van de weg op enigerlei
wijze prikkeldraad, schrikdraad, puntdraad of andere
scherpe voorwerpen aan te brengen of te hebben hangen
lager dan 2,2 meter boven dat gedeelte van de weg.
Het verbod geldt niet voor prikkeldraad, schrikdraad,
puntdraad of andere scherpe voorwerpen, die op grotere
afstand dan 0,25 meter uit de uiterste boord van de weg,
op van de weg af gerichte delen van een afscheiding zijn
aangebracht.
Voor de toepassing van dit artikel wordt onder weg
verstaan hetgeen artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994
daaronder verstaat.
Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in
het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
artikel 5 van de Wegenverkeerswet
1994.
Hoofdstuk › Afdeling › Paragraaf
Artikel 2.1.6.7
Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2006