Dit artikel verstaat onder speelgelegenheid: een voor
het publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig
of in een omvang alsof deze bedrijfsmatig is de
mogelijkheid wordt geboden enig spel te beoefenen,
waarbij geld of in geld inwisselbare voorwerpen kunnen
worden gewonnen of verloren.
Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester
een speelgelegenheid te exploiteren of te doen
exploiteren. Het verbod is niet van toepassing op:
speelautomatenhallen waarvoor op grond van
artikel 30c, eerste lid, onder c, van de Wet op
de Kansspelen vergunning is
verleend;
speelgelegenheden waarvoor de minister van
Justitie of de Kamer van Koophandel bevoegd is
vergunning te verlenen;
speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt
geboden om het kleine kansspel als bedoeld in
artikel 7c van de Wet op de kansspelen
te beoefenen, of te spelen op speelautomaten als
bedoeld in artikel 30 van de Wet op de kansspelen,
of de handeling als bedoeld in artikel 1, onder a, van de Wet op de
kansspelen te verrichten.
De burgemeester weigert de vergunning:
indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen
dat de woon en leefsituatie in de omgeving van de
speelgelegenheid of de openbare orde op
ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door
de exploitatie van de speelgelegenheid.
indien de exploitatie van een speelgelegenheid
in strijd is met een geldend bestemmingsplan.
Hoofdstuk › Afdeling › Paragraaf
Artikel 2.3.3.1
Speelgelegenheden
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2006