Het is verboden de weg of dat gedeelte van een onroerende
zaak dat vanaf de weg zichtbaar is te bekrassen of te
bekladden.
Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de
rechthebbende op de weg of op dat gedeelte van een
onroerende zaak dat vanaf de weg zichtbaar is:
een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of
aanduiding, aan te plakken, te doen aanplakken of op
andere wijze aan te brengen of te doen
aanbrengen.
met kalk, krijt, teer of een kleur- of verfstof
enige afbeelding, letter, cijfer of teken aan te
brengen of te doen aanbrengen.
Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing
indien gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift.
Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen
van meningsuitingen en bekendmakingen.
Het is verboden de in het vierde lid bedoelde aanplakborden
te gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame.
Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen
van meningsuitingen en bekendmakingen, welke geen betrekking
mogen hebben op de inhoud van de meningsuitingen en
bekendmakingen.
De houder van de in het tweede lid bedoelde schriftelijke
toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op
diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven.
Hoofdstuk › Afdeling
Artikel 2.4.2
Plakken en kladden
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2006