Voorschriften als bedoeld in artikel 437ter, eerste lid, van het Wetboek
Strafrecht
De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht:
wanneer hij overeenkomstig het bepaalde in artikel 437 ter, tweede lid, van het Wetboek van
Strafrecht, de burgemeester of de door deze
aangewezen ambtenaar er schriftelijk van in kennis stelt dat
hij van het opkopen een beroep of gewoonte maakt, daarbij
tevens schriftelijk opgave te doen van zijn woonadres en van
het volledig adres van elke lokaliteit door hem ten behoeve
van zijn onderneming in gebruik genomen;
de onder a bedoelde functionaris onder aanbieding van zijn
register(s) onverwijld doch in ieder geval binnen drie
dagen, schriftelijk in kennis te stellen van een verandering
van zijn woonadres, zomede van het adres of de adressen van
een bij hem ten behoeve van zijn onderneming in gebruik
zijnde lokaliteit;
aan de hoofdingang van de lokaliteit waar de onderneming is
gevestigd een kenteken te hebben waarop zijn naam en de aard
van de onderneming duidelijk zichtbaar voorkomen;
indien hij in de gelegenheid is enig goed te verkrijgen
waarvan redelijkerwijs kan worden vermoed dat het van
misdrijf afkomstig is of voor de rechthebbende verloren is
gegaan, hiervan onverwijld kennis te geven aan de onder a.
bedoelde functionaris;
zijn administratie op eerste aanvraag ter inzage te geven
aan de burgemeester of een daartoe door de burgemeester
aangewezen ambtenaar.
wanneer hij heeft opgehouden van het opkopen een beroep of
gewoonte te maken, onderscheidenlijk het beroep van
handelaar niet langer uitoefent, de onder a bedoelde
functionaris hiervan onverwijld doch in ieder geval binnen
drie dagen schriftelijk in kennis te stellen.
Hoofdstuk › Afdeling
Artikel 2.5.3
Artikel 2.5.3
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2006