Het is verboden, door handelingen, houding, woord, gebaar of
op andere wijze, passanten tot prostitutie te bewegen, uit
te nodigen dan wel aan te lokken:
op of aan andere dan door het college aangewezen
wegen of gebieden;
gedurende andere dan door het college vastgestelde
tijden.
Met het oog op de naleving van het in het eerste lid
gestelde verbod, kan door politieambtenaren het bevel worden
gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te
verwijderen.
Met het oog op de in artikel 3.3.2,
tweede lid, genoemde belangen kan door
politieambtenaren aan personen die zich bevinden op de wegen
en tijden bedoeld in het eerste lid, het bevel worden
gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te
verwijderen.
De burgemeester kan met het oog op de in artikel 3.3.2,
tweede lid, genoemde belangen personen aan wie
ten minste eenmaal een bevel is gegeven als bedoeld in het
derde lid bij besluit verbieden zich gedurende bepaalde
termijn, anders dan in een openbaar middel van vervoer, te
bevinden op of aan de wegen en op de tijden bedoeld in het
eerste lid.
De burgemeester beperkt het in het vierde lid genoemde
verbod indien dat in verband met de persoonlijke
omstandigheden van betrokkene noodzakelijk is.
Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de
burgemeester opgelegd verbod als bedoeld in het vierde
lid.
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 3.2.6
Straatprostitutie
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2006