De vergunning bedoeld in artikel 3.2.1,
eerste lid, wordt geweigerd indien:
de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in
artikel 3.2.2 gestelde eisen;
de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting
of het escortbedrijf in strijd is met een geldend
bestemmingsplan, stadsvernieuwingsplan of
leefmilieuverordening;
er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het
escortbedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn
in strijd met artikel 273a van het Wetboek van
Strafrecht of met het bij of krachtens de
Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet 2000 bepaalde.
De vergunning bedoeld in artikel 3.2.1,
eerste lid, dan wel de aanwijzing of
vaststelling bedoeld in artikel 3.2.6,
eerste lid, kan worden geweigerd:
in het belang van de openbare orde;
in het belang van het voorkomen of beperken van
overlast;
in het belang van het voorkomen of beperken van
aantasting van de woon- en leefklimaat;
in het belang van de veiligheid van personen of
goederen;
in het belang van de verkeersvrijheid of
-veiligheid;
in het belang van de gezondheid of
zedelijkheid;
in het belang van de arbeidsomstandigheden van de
prostituee.
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 3.3.2
Weigeringsgronden
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2006