Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de
Wet Milieubeheer toestellen of
geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te
verrichten op een zodanige wijze dat voor een omwonende of
overigens voor de omgeving geluidhinder wordt
veroorzaakt.
het college kan van het in het eerste lid bepaalde
ontheffing verlenen.
Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
onderwerp wordt voorzien door artikel
2.4.16, de op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften, de
Wet Geluidhinder, de Zondagswet, het Vuurwerkbesluit of de
provinciale milieuverordening.
Hoofdstuk › Afdeling
Artikel 4.1.5
Overige geluidhinder
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2006