Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de dag waarop de aanvraag ontvangen is.
Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken verlengen.
De beslissing op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 2:25, 2:28 lid 1 en lid 7, 3:4, of artikel 5:15 wordt alleen verdaagd als de complexiteit van de aanvraag dat noodzakelijk maakt.