De belasting wordt niet geheven ter zake van het verblijf:
1. door degenen die verblijf houden aan boord van:
a. een vaartuig dat is ingericht en wordt gebruikt tot verpleging of verzorging van zieken, van gebrekkigen, van hulpbehoevenden of van bejaarden;
b. kano's, roei- en volgboten;
c. motor- en zeilboten met een lengte van ten hoogste 4 meter;
d. een vaartuig dat zich op last of bevel van de overheid in het gemeentelijke
watergebied bevindt;
2. waarvoor de gemeente belasting heft ingevolge de verordening op de heffing en
invordering van toeristenbelasting;
3. waarvoor de gemeente belasting heft ingevolge de verordening op de heffing en
invordering van forensenbelasting;
4. van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet
2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h,
van voornoemde wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt in een gelegenheid
als bedoeld in artikel 2 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het
Centraal Orgaan opvang Asielzoekers.
Artikel 4
Vrijstellingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van watertoeristenbelasting 2012