**1.** Ter zake van vaartuigen met een vaste ligplaats voor 3 maanden en langer wordt, indien een belastingplichtige als bedoeld in artikel 3, eerste lid, is aangewezen:
a. het aantal personen dat verblijf heeft gehouden, bepaald op:
- 1,8 bij een vaartuig met een lengte tot 7 meter;
- 2 bij een vaartuig met een lengte van 7 meter of meer, doch ten hoogste 10 meter;
- 2,1 bij een vaartuig met een lengte van 10 meter of meer.
b. het aantal etmalen dat door de onder a bedoelde personen verblijf is gehouden
bepaald op:
- 13 voor vaartuigen met een lengte tot 7 meter;
- 14 voor vaartuigen met een lengte van 7 meter of meer, doch ten hoogste 10 meter;
- 15 voor vaartuigen met een lengte van 10 meter of meer.
**2.** Terzake van vaartuigen met een ligplaats voor korter dan 3 maanden doch langer dan één maand wordt, indien een belastingplichtige als bedoeld in artikel 3, eerste lid, is aangewezen:
a. het aantal personen dat verblijf heeft gehouden, bepaald overeenkomstig het
gestelde in het eerste lid;
b. het aantal etmalen dat door de onder a bedoelde personen verblijf is gehouden bepaald op:
- 5 voor vaartuigen met een lengte tot 7 meter;
- 6 voor vaartuigen met een lengte van 7 meter of meer.
**3.** Terzake van vaartuigen zonder vaste ligplaats wordt, indien een belastingplichtige als bedoeld in artikel 3, eerste lid, is aangewezen, het aantal personen dat verblijf heeft gehouden bepaald overeenkomstig het gestelde in het eerste lid.
**4.** Terzake van charterschepen zonder vaste ligplaats wordt, indien een belastingplichtige als bedoeld in artikel 3, eerste lid, is aangewezen, het aantal personen dat verblijf heeft gehouden bepaald op:
- 8 bij een vaartuig met een lengte van 10 tot 20 meter;
- 15 bij een vaartuig met een lengte van 20 meter tot 30 meter;
- 22 bij een vaartuig met een lengte van 30 meter en meer.
Artikel 6
Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van watertoeristenbelasting 2012