In deze verordening wordt verstaan onder:
a. woonschip voor permanent gebruik: elk vaartuig dat uitsluitend of in hoofdzaak wordt gebezigd als, of te oordelen naar zijn constructie of inrichting of in hoofdzaak bestemd is tot dag- of nachtverblijf van één of meer personen;
b woonschip voor recreatief gebruik: elk vaartuig dat uitsluitend of in hoofdzaak wordt gebezigd als, of te oordelen naar zijn constructie of inrichting tot recreatief dag- of nachtverblijf van één of meer personen;
c. opbouw: de met wanden omkleedde en voor mensen toegankelijke verblijfsruimte, niet zijnde buitenterras;
d. ligplaats: een gedeelte van openbaar water, bestemd of geschikt om door een woonschip met bijbehorende voorzieningen te worden ingenomen.
e. bijbehorende voorzieningen: zaken zonder welke het gebruik van het schip als woning niet goed mogelijk is, zoals een bijboot, steiger en een loopplank.
f. openbaar water: alle wateren die, al dan niet met enige beperking, voor het publiek bevaarbaar of anderszins toegankelijk zijn.