Het college van burgemeester en wethouders kan de ligplaatsvergunning onder meer intrekken indien:
a. de ligplaatsvergunning ten gevolge van een onjuiste opgave of informatie is verleend;
b. de gegevens zoals deze zijn vermeld in de vergunning, niet meer overeenstemmen met de werkelijke situatie;
c. niet wordt voldaan aan de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften;
d. het uiterlijk van het woonschip waarop de vergunning betrekking heeft afbreuk doet aan het aanzien van de gemeente;
e. het woonschip waarop de vergunning betrekking heeft niet voldoet aan eisen van veiligheid en gezondheid;
f. het woonschip zonder toestemming van het college van Burgemeester en wethouders gedurende een periode langer dan twaalf aaneengesloten weken buiten de gemeente verblijft;
g. op of nabij de ligplaats voorzieningen of zaken aanwezig zijn waarvoor geen toestemming is verleend door het college van Burgemeester en wethouders;