Naar hoofdinhoud

Artikel 7

Ligplaatsvergunning

Onderdeel van Woonschepenverordening Súdwest-Fryslân

1. Op de op grond van artikel 5, eerste lid, aangewezen plaatsen mag een woonschip ligplaats innemen en hebben, mits de eigenaar van het woonschip beschikt over een vergunning van het college van burgemeester en wethouders; 2. Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels stellen over de periode voor het innemen van een ligplaats van een woonschip; 3. Het college van burgemeester en wethouders beslist over een aanvraag van een ligplaatsvergunning binnen acht weken na de dag, waarop de aanvraag bij de gemeente is ontvangen; 4. Een ligplaatsvergunning wordt geweigerd indien: a. de aanvrager niet is een natuurlijk persoon van tenminste 18 jaar, en niet is de eigenaar van het schip; b. voor de ligplaats al vergunning is verleend en er geen ligplaatsen vrij zijn; c. het woonschip belemmeringen zal veroorzaken aan de omliggende woonschepen, het verkeer te water of te land; d. het woonschip in slechte staat van onderhoud verkeert of ernstige constructiegebreken heeft; e. het uiterlijk van het woonschip afbreuk doet aan het aanzien van de gemeente; 5. Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels stellen over de lengte, breedte en hoogte van een woonboot voor zover het bestemmingsplan daar niet in voorziet. 6. Ter toetsing van artikel 7, lid 4, sub e kan het college van Burgemeester en wethouders besluiten advies te vragen bij een onafhankelijke welstandscommissie. 7. De ligplaatsvergunning wordt gesteld op naam van de eigenaar van het woonschip en vermeldt de plaatsaanduiding van de desbetreffende ligplaats, de maatvoering van het woonschip inclusief overzichtstekening van de ligplaatssituatie en de bijbehorende voorzieningen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel