Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Hoofdregel woningtoewijzing

Onderdeel van Regionale Huisvestingsverordening Stadsregio Arnhem Nijmegen 2013

6.1. Woningcorporaties bieden vrijkomende zelfstandige woonruimten aan volgens het aanbodmodel dan wel het lotingmodel, tenzij het om maatwerk gaat (zie artikel 9). De woningcorporaties geven bij de publicatie van het aanbod duidelijk aan welke zelfstandige woonruimten volgens het aanbodmodel worden toegewezen, welke volgens het lotingmodel en voor welke woningen aanvullende criteria gelden in het kader van het maatwerk. 6.2. Een woningzoekende kan op elk moment voor maximaal twee zelfstandige woonruimten in het aanbod- of lotingmodel waarvoor de reactietermijn nog open is, zijn of haar belangstelling kenbaar maken. 6.3. Iedere op basis van het aanbodmodel gepubliceerde zelfstandige woonruimte wordt, met inachtneming van het in lid 6.6 bepaalde, na sluiting van de reactieperiode aangeboden aan de woningzoekende met de hoogste urgentie en vervolgens aan de woningzoekende met de langste meettijd. 6.4. Omdat het begrip meettijd ten opzichte van de Regionale Huisvestingsverordening 2007 is gewijzigd (zie art. 1 Begripsbepaling), geldt voor woningzoekenden die na 1 april 2007 zijn verhuisd een overgangsregeling (zie Uitvoeringsdocument). 6.5. De op basis van het lotingmodel toe te wijzen zelfstandige woonruimte wordt, met inachtneming van het in lid 6.6 bepaalde, toegewezen volgens een geautomatiseerde lotingprocedure. 6.6. Van het totale vrijkomende woningaanbod dient jaarlijks circa 15% volgens het loting-model te worden aangeboden. Dit percentage kan jaarlijks worden aangepast door de stadsregio in samenspraak met de woningcorporaties en de gemeenten in de regio. In specifieke gevallen kunnen gemeenten, in samenspraak met de woningcorporaties, een gemotiveerd verzoek voor ontheffing bij de stadsregio indienen. 6.7. In het kader van de “Tijdelijke regeling diensten van algemeen economisch belang toegelaten instellingen volkshuisvesting” van het ministerie van BZK zijn de woningcorporaties in principe gehouden 90% van de vrijkomende zelfstandige woonruimten toe te wijzen aan huishoudens met een maximaal verzamelinkomen van € 34.085,- (prijspeil 1 januari 2012). Daarom kunnen de woningcorporaties deze maximale inkomenseis stellen aan de woningzoekenden. 6.8. Zelfstandige woonruimten die worden toegewezen aan statushouders vallen buiten de in lid 6.1 beschreven vormen van woonruimteverdeling.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel