In deze verordening wordt verstaan onder:
de wet: de Wet investeren in jongeren;
gehuwdennorm: de norm bedoeld in artikel 28, eerste lid onderdeel d, van de wet;
college: het college van burgemeester en wethouders;
woning: een woning als bedoeld in artikel 1, onderdeel j, Wet op de huurtoeslag, als mede een woonwagen of woonschip, als bedoeld in artikel 3, zesde lid, Wet werk en bijstand;
woonkosten:
indien een huurwoning wordt bewoond, de per maand geldende huurprijs, bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Wet op de huurtoeslag;
Indien een eigen woning wordt bewoond, de tot een bedrag per maand omgerekende som van de verschuldigde hypotheekrente en de in verband met het in eigendom hebben van de woning te betalen zakelijke lasten en een naar omstandigheden vast te stellen bedrag voor onderhoud;
woonlasten :
de kosten van elektra, gas en water verschuldigd voor het gebruik hiervan door
belanghebbende en eventuele gezinsleden.
ander :
degene die in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft als de alleenstaande of het gezin en kan beschikken over voldoende middelen om in de noodzakelijke bestaanskosten te voorzien en die geen deel uitmaakt van de gezamenlijke huishouding.
HOOFDSTUK 1.
Artikel 1
Artikel 1
Onderdeel van Toeslagen- en verlagingenverordening Wet investeren in jongeren