Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2.

Artikel 3.

Toeslagen

Onderdeel van Toeslagen- en verlagingenverordening Wet investeren in jongeren

1.. De toeslag bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de wet bedraagt 20 procent van de gehuwdennorm voor de jongere in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft; 2.. De toeslag bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de wet bedraagt 10 procent van de gehuwdennorm voor de jongere die met één of meer anderen zijn hoofdverblijf in dezelfde woning heeft; 3.. Voor de toepassing van lid 2 worden de volgende personen niet in aanmerking genomen als een ander die in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft: kinderen van 18 jaar en ouder doch jonger dan 21 jaar met een inkomen dat niet meer bedraagt dan het bedrag bedoeld in artikel 33, tweede lid, onder a, van de wet werk en bijstand vermeerderd met 10% van de gehuwden norm; kinderen met recht op studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000 of Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten en een inkomen uit arbeid dat niet meer bedraagt dan 10% van de gehuwden norm; verzorgingsbehoevenden die door belanghebbende worden verzorgd; verzorgers van de verzorgingsbehoevende belanghebbende

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel