Naar hoofdinhoud
De belasting wordt niet geheven ter zake van: voorwerpen ten behoeve van percelen, waarvan de gemeente krachtens eigendom, bezit of beperkt recht de genothebbende is met uitzondering van percelen, welke aan derden zijn verhuurd; voorwerpen welke ingevolge een wettelijk voorschrift moeten worden gedoogd; borden, tot verhuur of verkoop van woningen of percelen, in het geval deze borden aan de te verhuren of te verkopen woningen of percelen zijn bevestigd; vlaggen, vlaggestokken of sierlampen; kelderingangen, licht- en luchtopeningen (koekoek), overstekende balkons, luifels en dergelijke, welke in, op of boven aan de gemeente om niet afgestane grond aanwezig waren op het tijdstip van de overdracht; afvoerbuizen van hemelwater, welke aan een gebouw zijn aangebracht en niet meer dan 10 centimeter buiten de gevel uitsteken; borden, als bedoeld onder volgnummer 12 van de tarieventabel, waarvan de grootste afmeting niet meer bedraagt dan 60 centimeter, welke de naam en verdere bijzonderheden vermelden van het beroep of bedrijf van de persoon of de onderneming, welke in het perceel, waartegen die borden zijn aangebracht, gevestigd is; luifels, erkers, balkons,uitbouwen, zonneschermen, overbouwingen en dergelijke onderdelen van bouwwerken, als bedoeld onder volgnummer 18 van de tarieventabel, anders dan aan kantoor-, winkel- of bedrijfspanden; kabels, leidingen of buizen voor radio en/of televisieontvangst; bloemen- of plantenbakken, welke buiten de gevel van een gebouw uitsteken; voorwerpen welke uitsluitend in een algemeen belang voorzien of welke uitsluitend worden gebezigd voor weldadige doeleinden; feesttenten, podia, kiosken en aanverwante voorwerpen welke worden geplaatst door of ten behoeve van plaatselijke verenigingen.

Rechtspraak bij dit artikel